Marente in het nieuws: Dagcentrum Buitenthuis viert eerste lustrum (Uit de Katwijksche post)

Geplaatst: 15 september 2026

De cliënten zijn relatief jong, tussen de 45 en 70 jaar. ‘We zijn dan ook geen dagbesteding’, zegt Annemiek Kranenburg, een van de vier vaste gezichten bij deze voorziening van Marente. ‘We zijn een dagcentrum’, legt haar collega Jose van der Kwaak uit. ‘We richten ons met de activiteiten op het trainen van het denkvermogen en bewegen.’

Het dagcentrum is vijf dagen per week open. Er is plek voor zo’n acht à negen bezoekers per dag. Naast Annemiek en Jose bestaat het team uit Jacqueline en Marjan. Er zijn ook regelmatig bijeenkomsten voor mantelzorgers.

Eigen regie
Kranenburg heeft het centrum mede opgezet en werkt er vanaf het begin. ‘We focussen ons op het behoud van eigen regie’, legt ze uit. ‘En proberen ook die functies uit te breiden. Thuis wordt bijvoorbeeld veel voor onze cliënten gedaan. Bij ons moeten ze zelf hun brood smeren. Niet omdat wij het niet willen doen, maar om ze uitdaging te bieden.

Opvallend genoeg lukt het de meesten wel. Dat gevoel van zelf nog zoveel mogelijk kunnen, dat is belangrijk.’ Cliënten met NAH of de Katwijkse Ziekte hebben namelijk al veel ingeleverd. ‘Bij NAH is dat plotseling. Van de ene op de andere dag ziet je leven er heel anders uit. En ook dat van je partner en je gezin. De toekomst die je voor je zag, is weg.’ In het dagcentrum vinden cliënten ook herkenning bij elkaar. ‘We praten daarover aan de hand van een gesprekskaart’, legt Kranenburg uit. ‘Daarin vinden cliënten veel steun bij elkaar. ‘Hoe ga jij ergens mee om?’ Dat bespreken is belangrijk.’

Structuur en rust 
Daarnaast kent het centrum een gestructureerd programma. ‘Dat is belangrijk bij deze groep’, legt Van der Kwaak uit. ‘We beginnen met een gezamenlijk kopje koffie, om even te kijken en te horen: hoe staat iedereen ervoor? Daarna is er een activiteit. Vervolgens  is er een lunch en, voor wie wil, een slaapmoment. Dat is vaak nodig om te ontprikkelen. Doen onze cliënten dat niet, dan kunnen ze zich bijvoorbeeld verliezen in emoties. Die grens bewaken wij voor ze.’ Daarna volgt een tweede gezamenlijke activiteit, bijvoorbeeld bingo of een spel over gezegdes. ‘Zo kunnen we de hersenen trainen. Onze deelnemers zijn echt gemotiveerd en we zien ze boven zichzelf uitstijgen.’

‘Altijd gezellig’ 
Gezelligheid speelt eveneens een belangrijke rol. Dat blijkt als Petra haar verhaal vertelt. Door een ongeluk zit ze in een rolstoel en is Buitenthuis inmiddels een fijne plek voor haar. Maar dat was in het begin anders.

‘Ik kwam binnen met mijn hakken in het zand’, herinnert ze zich van vijf jaar geleden. Langzaam groeide haar vertrouwen en nu komt ze er nog drie dagen per week. ‘Het is hier heel fijn, altijd gezellig en je kunt lekker praten.’

Wachtlijst 
Cliënten komen uit de hele streek en deels ook uit de Wilbert zelf. Inmiddels is er een wachtlijst. Een tweede groep is daarom een wens, zegt Kranenburg desgevraagd. Maar eerst is het tijd voor een klein feestje, samen met de cliënten en hun mantelzorgers. Het programma is opgesplitst in twee delen, zodat er tussendoor voldoende rust is. Bezoekster Ilse wil, als het haar wordt gevraagd, wel op de foto. Ze runde vroeger een modezaak in de Princestraat. Echt stilzitten zit er dan ook niet in. Naast haar bezoeken aan het dagcentrum is ze ook vrijwilliger in de Wilbert. Zo wordt gekeken naar wat ze nog wel kan. Het sluit aan bij de missie waarmee Buitenthuis vijf jaar geleden begon: een plek creëren waar mensen met niet-aangeboren hersenletsel en de Katwijkse Ziekte zich gezien, gehoord en ondersteund voelen.

Dit artikel is geschreven door Marieke Kamer- Voorn en gepublieerd in de Katwijksche Post. Wilt u meer informatie over Dagcentrum Buitenthuis, klik dan hier.