Mantelzorgers als waardevolle partners in de zorg
Geplaatst: 23 maart 2026Een intensieve periode vóór opname
Voor veel mantelzorgers gaat er een intensieve periode aan vooraf voordat hun naaste in een verpleeghuis komt wonen. De zorg wordt steeds zwaarder en de zorgen nemen toe.
Dat herkent mevrouw Hoek. Haar vader was altijd actief, maar in de coronaperiode merkte ze dat het steeds moeilijker ging. Hij vergat steeds meer dingen en dagelijkse zaken zoals eten en medicatie werden lastiger. Na onderzoek bleek dat hij dementie had. “Op een gegeven moment moet je kiezen: wachten tot er iets gebeurt, of het proces voor opname starten.” Ook meneer De Ruiter zag de situatie van zijn moeder langzaam veranderen. “Ze werd steeds vergeetachtiger en soms werd het ook gevaarlijk. Je maakt je dan eigenlijk de hele dag zorgen.”
Rust na de verhuizing
Toen hun naasten eenmaal in De Wilbert kwamen wonen, bracht dat gemengde gevoelens met zich mee. “Het gaf mij meteen een soort innerlijke rust,” vertelt mevrouw Hoek. “Er is toezicht en hij krijgt de zorg die nodig is. Maar het blijft ook heftig dat je iemand uit zijn vertrouwde omgeving moet halen.” Tegelijk ontstond er ruimte voor andere momenten samen. “Nu kan ik weer leuke dingen doen met mijn vader. Even koffie drinken of wandelen. Dan genieten we samen, zonder dat ik vooral bezig ben met de zorg.” Voor meneer De Ruiter kwam die rust iets later. “Ik had zo lang bijna 24 uur per dag voor mijn moeder gezorgd. Dat ineens loslaten vond ik moeilijk. In het begin kwam ik hier nog meerdere keren per dag.” Langzaam ontstond er weer ruimte voor andere dingen!

Mantelzorgers helpen mee
Tijdens de zomervakantie van 2025 ontstond op de afdeling een bijzonder initiatief. Door vakanties van medewerkers ontstond er tijdelijk krapte in het rooster. In overleg met familieleden werd gevraagd of zij af en toe wilden helpen. “We waren met een groep van acht mantelzorgers,” vertelt mevrouw Hoek. “Toen hebben ze voor ons een rooster gemaakt om bijvoorbeeld brood te smeren of een activiteit te doen.”
Het bleek een groot succes. “Ik had in de zomer wat meer tijd en heb een avond geholpen met brood smeren. Daarna vroeg iemand of we een spelletje konden doen. We begonnen met drie bewoners met pimpampet, maar uiteindelijk zaten we met tien mensen aan tafel. We hebben zo gelachen. De zorg had wat lekkers neergezet en het werd een hele gezellige avond.”
Ook meneer De Ruiter helpt regelmatig. “Ik neem mijn moeder soms mee om een visje te halen op de boulevard. En als ik hier ben help ik wel eens met een broodje smeren of in de tuin. Er is bijvoorbeeld ook een tuinapp waarin je kunt zien wat er moet gebeuren.”

Kleine dingen, groot verschil
Volgens beide mantelzorgers zit hun bijdrage vaak in kleine dingen. Een praatje maken, een spelletje doen of helpen bij een activiteit kan al veel betekenen voor bewoners. Tegelijk krijgen mantelzorgers daardoor ook een beter beeld van het dagelijkse leven op de afdeling. “Als je hier een paar uur meedraait, zie je pas echt hoe het eraan toegaat,” zegt mevrouw Hoek. “Je krijgt veel meer respect voor het werk dat zorgmedewerkers doen.”
Duidelijkheid en ruimte
Toch is het niet altijd vanzelfsprekend om als mantelzorger mee te helpen. Soms is het onduidelijk wat wel en niet kan. “Soms vraag ik me af of ik werk van de zorg overneem,” zegt meneer De Ruiter. “Dan voelt het alsof ik het een beetje ‘afpak’. Maar laatst was er een collega niet en werd ik gebeld of ik een broodje wilde smeren. Toen heb ik gezegd: jullie mogen me best vaker bellen.” Volgens hem zouden meer mantelzorgers een rol kunnen spelen. “Er zijn ook veel vrijwilligers, dat is mooi om te zien.” Hij kijkt zelfs al vooruit. “Als ik met pensioen ga wil ik mijn rijbewijs halen voor de bus, zodat ik mee kan met uitstapjes. Dan kunnen de zorgcollega’s op de afdeling blijven en kunnen wij helpen bij activiteiten.” Mevrouw Hoek knikt mee. ‘Ook ik zou zelf later vrijwilliger willen worden, bijvoorbeeld voor koffierondes of activiteiten. Dat lijkt me heel waardevol!’.
Niet voor iedereen hetzelfde
Tegelijk benadrukken beide mantelzorgers dat deze rol niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Na jaren van intensieve mantelzorg kan er juist behoefte zijn aan rust. “Je moet je realiseren dat sommige mensen echt een time-out nodig hebben,” zegt meneer De Ruiter. “Dat is heel begrijpelijk.” Daarom is het belangrijk om bij de opname samen te bespreken wat mantelzorgers nog willen en kunnen betekenen.“Als je vanaf het begin met elkaar in gesprek gaat over welke rol familie nog wil spelen, blijf je ook na de opname betrokken bij de mooie momenten,” vult mevrouw Hoek aan.
Samen zorgen
Het initiatief op Kotter-Klipper laat zien wat er mogelijk is wanneer zorgteams en familie samenwerken. Mantelzorgers dragen bij op hun eigen manier en op momenten die voor hen passen. Het resultaat is merkbaar: de band tussen team en familie is sterker geworden. Er is meer begrip voor elkaar en een gevoel dat de zorg voor bewoners écht samen wordt gedragen. Juist in een tijd waarin de druk op de ouderenzorg groeit, laat dit zien dat kleine bijdragen van familie een groot verschil kunnen maken — voor bewoners, mantelzorgers én zorgprofessionals.