Van huiswerk bezorgen tot piloten redden

Joke Folmer zou het zo weer doen


Een heldin? Joke Folmer (96) wil er niets van weten. In de Tweede Wereldoorlog raakte ze als 17-jarig meisje bijna terloops betrokken bij het verzet. Uiteindelijk hielp ze meer dan 300 mensen veilig over de grens, onder wie Joodse mensen, jonge mannen die dwangarbeid in Duitsland wilden ontlopen en 120 geallieerde piloten.

Tekst: Annemieke Bartholomeus       Fotografie: Ilja Zonneveld

Ze woont nog steeds zelfstandig, in een schilderachtig wit huisje op Schiermonnikoog. De deur staat open en het is er een zoete inval: tijdens dit gesprek lopen drie keer buren binnen. Om haar medicijnen te brengen. Om de post af te geven. Om gewoon te vragen hoe het met haar is. “Dat is een van de leuke dingen van dit eiland: dat bewoners de hand naar elkaar uitsteken. Toen er laatst een wervelwind dwars door mijn huis en tuin geraasd was en alles vol bladeren en bomen lag, kwam de hele buurt helpen met opruimen. Net als toen de douche door een verstopping overstroomd was.”

Eerste stappen in het verzet


Tussen alle burenbezoekjes door vertelt ze over haar jonge jaren. Hoe ze opgroeide op Java en in 1939 met haar familie terugkeerde naar Nederland. Op een vrachtschip vol dieren voor Artis. Hoe ze, eenmaal aangekomen in Zeist, er maar moeilijk aan kon wennen dat het zo koud, nat en plat was. Hoe de mobilisatie aanbrak toen ze nauwelijks in hun nieuwe huis zaten. “Mijn beste vriendin op school, Rosette, was joods en mocht al snel niets meer: niet naar het zwembad, de bioscoop, niet naar school. Toen ze moest onderduiken, bood ik aan haar huiswerk te bezorgen. Na een tijdje vroeg mijn leraar wiskunde of ik nog meer wilde doen. Hij bleek in het verzet te zitten. Dat wilde ik wel, want ik was ontzettend kwaad. Zo ben ik er ingerold. En ik zou het zo weer doen.”

75 jaar vrijheid

Dit jaar staan er diverse uitstapjes op het programma rondom dit thema.

Diverse leden bezochten de lezing Duin- en Bollenstreek in de Tweede Wereldoorlog. Lees het nieuwsbericht en bekijk de foto's.

Ook brengen we een bezoek aan Het Verzetsmuseum in Amsterdam. 

Veel te beleefd

Zo begon ze pakketjes rond te brengen. “Mijn eerste pakketje moest naar een burgemeesterswoning in de Betuwe. Daarna reisde ik het hele land door, met munitie, geld, bonkaarten, berichten. Ik wist nooit wat ik bij me had. Weer later werd ik ingezet om ontsnapte krijgsgevangenen, verzetsmensen en vooral geallieerde piloten het land uit te leiden. Mijn vader werkte bij de luchtbescherming op het politiebureau in Zeist en kreeg daar de berichten binnen van vliegtuigen die waren neergehaald. Die piloten hadden de opdracht de dichtstbijzijnde kerk of boerderij op te zoeken. Via, via gingen we daar dan op af. Dat was altijd goed oppassen en al je zintuigen gebruiken want er konden ook verraders bij zitten. En voordat ik met een piloot op weg ging, moest die goede instructies krijgen. Zeker die Engelse jongens, die waren veel te beleefd. Als je in die tijd opstond in de trein voor een oudere, viel dat op. Blijven zitten, was dus het devies. Amerikanen moesten juist afleren om met geld in hun zakken te rammelen.”

Tegen de lamp

Het ging lang goed, al besloot Joke wel station Utrecht voortaan te vermijden nadat ze daar was aangesproken door een stationswacht van het Leger des Heils die het was opgevallen dat Joke werd achtervolgd door twee jongemannen. Toch werd ze in april 1944 samen met haar moeder in de handboeien geslagen op het station in Amsterdam. “De Duitsers waren op zoek naar ‘la petite’ – zo werd ik in België genoemd. Ze keken dus uit naar iemand die klein was, maar ‘la petite’ betekent ook ‘jong’. Zo bleef ik lang buiten beeld. Maar uiteindelijk liep ik toch tegen de lamp – mijn moeder bleek al een paar maanden gevolgd te worden.”

Gered door Dolle Dinsdag

Joke kwam terecht in het Oranjehotel Scheveningen voor verhoor, maar ze liet niets los. Na wekenlange eenzame opsluiting werd ze overgebracht naar kamp Vught en vandaaruit naar Utrecht om haar proces af te wachten. Zij werd veroordeeld tot de doodstraf, maar in de chaos van Dolle Dinsdag, toen de geallieerden opgerukt bleken tot Antwerpen en grote groepen Duitsers halsoverkop vluchtten, ontsprong ze de dans. Ze werd samen met een aantal andere verzetsvrouwen op transport naar een strafgevangenis in Düsseldorf gezet, en vandaaruit naar een aantal andere gevangenissen. Haar doodvonnispapieren hebben haar nooit ingehaald. Zo overleefde ze de oorlog, anders dan haar vriendin Rosette. “Ik dacht dat zij en haar familie op tijd naar Zweden waren gevlucht. Daar ben ik de hele oorlog opgelucht over geweest: zíj was in elk geval veilig. Maar achteraf blijkt dat ze verraden waren en Zweden nooit hebben gehaald. Ze zijn vanuit Westerbork op de eerste trein naar het oosten gezet.” Wij werden in mei ‘bevrijd' door de Russen en zijn pas na een lange en moeizame reis terug in Nederland gekomen.”

Oma zigzag

Nu, een mensenleven later, herinnert ze zich de oorlogstijd als de dag van gisteren. Voor haar bijdrage in het verzet kreeg ze diverse onderscheidingen. In september nog opende ze samen met koning Willem-Alexander het Oranjehotel Museum in Scheveningen. Ook gaf ze tot vorig jaar voorlichting op scholen en aan groepen in binnen en buitenland. “Ik vertelde juist ook over de vriendschappen en de solidariteit onder elkaar”, zegt ze. “In de oorlog wist ik alleen de voornamen. Ik heb er veel intensieve, fijne contacten aan overgehouden.” Nu is ze officieel met pensioen, ook als gevolg van een tia. “Ik ben met een helikopter naar het ziekenhuis gebracht. Daar heb ik helaas niets van gemerkt. In het begin kon ik niet praten en maar één arm, één been en één oog bewegen. Mijn kleinkinderen noemen me ‘oma zigzag’. Maar met fantastische hulp en ‘alles proberen en niets forceren’ ben ik inmiddels redelijk hersteld.”